Contact:

Organisatie Adviesbureau MRAC

Bermudablauw 50

2718JJ Zoetermeer

Telefoon: (079) 361 95 51

Fax: (079) 361 95 51

E-mail: info@mrac.nl

KvK: 27312763

Veiligheid, niet altijd even vanzelfsprekend….

Brandgevaar, waterlekkage, kortsluiting, langdurige stroomuitval. agressie, fysiek geweld, aanranding, verbaal geweld, psychisch geweld, veiligheid, inbraak, insluiping, diefstal, chemicaliën,  prikaccidenten, virale of bacteriologische besmetting, slechte werkomstandigheden, warmte, tocht, te veel  of juist te weinig ventilatie,  lawaai enzovoorts, enzovoorts… Je leest er vaak genoeg over en in iedere organisatie hebben we er mee te maken.

De omstandigheden waarin je met bovenstaande gevaren te maken kunt krijgen zijn meestal niet uniek voor uw organisatie en we hebben soms ook te maken met externe factoren zoals invloeden van buitenaf, tijdelijke interne omstandigheden, tijdstip en momentum. 

De uitgevoerde maatregelen die de veiligheid kunnen verbeteren zijn deels vastgelegd in wetgeving.  De  brandveiligheid  van uw object moet voldoen aan de gebruikseisen die wettelijk zijn vastgelegd in de gebruiksvergunning die u uw gemeente via de lokale of regionale brandweerinspectie laat controleren. Helaas is in iedere gemeente de procedure anders en zijn zelfs de eisen die aan een gebouw worden gesteld per gemeente verschillend. Ook de interpretatie van de regelgeving kan per inspecteur  anders zijn. Hoe waar dit is blijkt weer uit de grote brand die heeft geleid tot de totale vernietiging van de faculteit bouwkunde van de TU Delft. Een zeer groot betonnen gebouw van 30 jaar oud met diverse veiligheidsitems. Draadglas deuren, brandsluizen, brandalarminstallatie, etc. De gebruiksvergunning van het gebouw blijkt al in 2001, 2006 en 2007 door de brandweerinspectie nog niet te zijn goedgekeurd omdat er door de TU Delft aanpassingen in het gebouw gemaakt werden en er nog aanvullende brandwerende maatregelen zouden worden uitgevoerd. Voor de goede orde, er was wel een tijdelijke goedkeuring voor het gebruik van het gebouw. De vergunning was nog niet afgegeven omdat de TU zelf nog aanvullende maatregelen als extra bovenop de al bestaande maatregelen zou laten uitvoeren.  Dit was volgens de TU en de brandweer echter geenszins een onveilig gebouw.  Een waterlekkage en daaropvolgende kortsluiting waren echter oorzaak van de noodlottige brand. De mogelijke verdere oorzaken van het uit de hand lopen van deze brand zullen uiteraard nog worden onderzocht. Achteraf is het wel vreemd te noemen dat er bij een grote waterlekkage niet is overgegaan tot het spanningsvrij maken van de directe omgeving.

 In het valblad FMH 155 is een onderwerp gericht aan brandveiligheid. Hierin wordt deskundigen op het gebied van brandveiligheid letterlijk gezegd; ”Geen enkel gebouw voldoet aan de eisen”….even verder in hetzelfde artikel wordt gemeld; “er bestaat een woud van regels”. De slotconclusie van dit artikel laat ook aan duidelijkheid niets te wensen over; “De beheerder moet zelf de verantwoordelijkheid nemen”...

In het geval van de brand bij de TU wordt er in de media met geen woord gesproken over de rol van de eigen BHV bij deze calamiteiten.  Duidelijk was dat er een waterlekkage was op de 7e etage en dat als gevolg hiervan een loodgietersbedrijf ter plaatse bezig was om de rood koperen leidingen te vervangen. Ook is er een melding geweest naar de brandweer voor het leveren van assistentie bij de afvoer van het water. De brandweer was dus al onderweg maar wel met de verkeerde hulpverleningsapparatuur.  Verder is ook nog onduidelijk hoe de brand zich zo gemakkelijk verticaal omlaag heeft kunnen verplaatsen.  De architect die het gebouw 30 jaren geleden heeft ontworpen zei in een interview op de radio dat hij de week ervoor nog in het gebouw was geweest en dat hij was geschrokken van de grote hoeveelheden papier en meubelen op de lagere etages van het gebouw. Hij gaf hiermee aan dat de brandlast voor dit gebouw hiermee erg hoog was geworden.

 De Arbo wetgeving is ook een tool waarmee de overheid voor werkgevers en werknemers een deel van de veiligheid heeft ingevuld. Uw hoofd bhv, Arbo of veiligheids– of KAM-functionaris heeft zeker het ontruimingsplan/calamiteitenplan onder beheer en up to date gehouden. Oefeningen met BHV-ploegen worden regelmatig gehouden en de organisatie neemt de brandveiligheid serieus. Het is ook prettig als uw organisatie een goede verstandhouding heeft met de externe hulpdiensten zoals brandweer, politie  en ambulance. Als deze organisaties regelmatig bij uw organisatie kunnen oefenen of scholing kunnen uitvoeren dan ontstaat er voor uw organisatie een win/win situatie. Uw medewerkers gaan beter om met externe hulpdiensten en de externe hulpdiensten weten beter de weg in uw organisatie. 

Veel aandacht gaat zeker de laatste tijd weer uit naar brandveiligheid. Spraak makende branden liggen immers nog vers in het geheugen, Zeker reden genoeg om de aandacht als organisatie te hebben voor de brandveiligheid van uw objecten. Maar door alle aandacht die er op dit moment opgeëist wordt aan brandveiligheid kan het zo maar gebeuren dat er geen of te weinig aandacht is voor andere Arbo gerelateerde onderwerpen. Het is voor u als verantwoordelijke organisatie ook verstandig om te onderzoeken wat de status is op het gebied van veiligheid met betrekking tot inbraak, agressie, fysiek geweld, psychisch geweld, etc… Het kan zomaar zijn dat uw KAM-, veiligheid- of Arbo-commissie niet meer of nog beperkt functioneert.  Het kan ook zijn dat niet alle aandachts-gebieden van uw veiligheidsfunctionaris nog die aandacht krijgen waarvan u nog denkt dat deze volledig zijn ingedekt. 

Het zeker geen kwaad om als organisatie eens een externe deskundige naar de staat van uw veiligheid te laten kijken. In het licht van een mogelijke calamiteit loont het om regelmatig een externe deskundige een audit te laten uitvoeren zodat u na een calamiteit in staat bent om te kunnen aantonen dat u als organisatie zorgvuldig bent omgegaan met uw eigen verantwoording. 

Veiligheid, onderwerp van uw aandacht...

Het leveren van kwaliteit alleen is voor uw cliënten niet voldoende. Voor u als organisatie is leveren van kwaliteit wel uiterst belangrijk en vormt een voorwaarde van bestaan die vanzelfsprekend aan het worden is.  In 1996 was dit nog anders. De overheden kwamen zelfs met een kwaliteitswetgeving.

De kwaliteitswet zorginstellingen van 1996 Schrijft voor dat een instelling de kwaliteit van zorg systematisch moet bewaken, beheersen en zo mogelijk verbeteren. Dat kan zij het beste doen door een kwaliteitborgsysteem te gaan gebruiken. In zo’n systeem zijn alle kwaliteitsactiviteiten op elkaar afgestemd. Door regelmatig gegevens over deze activiteiten en de kwaliteit van de zorgverlening te registreren krijgt u inzicht in de resultaten van het gevoerde kwaliteitsbeleid. Wanneer alleen deze eisen worden nageleefd in een kwaliteitborgsysteem, wordt het systeem gebruikt om te voldoen aan de wet. Het systeem wordt dan een bureaucratische last.  Groeiende aandacht voor kwaliteitsbeleid wordt dan gezien als een bron die zorgt voor toename van de kosten en tijdsbelasting veroorzaakt door het moeten ondergaan van verschillende toetsmomenten verspreid over het jaar.

Om een kwaliteitborgsysteem niet tot een last voor de organisatie te laten worden, is het noodzakelijk een kwaliteitborgsysteem te zien als een strategisch gereedschap in plaats van als een wettelijke verplichting.

Een goed kwaliteitssysteem kan daadwerkelijk bijdragen aan verbetering van zorg en aan een efficiëntere en effectievere manier van zorgverlening.

 

Als intern doel van de organisatie kan het verbeteren van de klanttevredenheid centraal gesteld worden:

· De organisatie vindt de klant belangrijk en deze klant mag veel eisend zijn,

· Klantgerichtheid wordt geconcretiseerd,

· Levert een stimulans voor kwaliteitsverbetering.

Als extern doel voor de organisatie levert klanttevredenheid:

· helder beeld wat de klant wenst,

· Worden de aantallen misverstanden en klachten gereduceerd,

· Zal de klant direct klagen als de organisatie zijn belofte niet nakomt,

· Een gedragscode welke het vertrouwen van de klant naar de organisatie vergroot,

· Kan als een instrument tegen de concurrentie worden gebruikt,

· Levert een vorm van zelfregulering.

 

Als strategisch marketinginstrument kan een kwaliteitborgsysteem alleen worden gebruikt zolang dit instrument je onderscheidt van de concurrentie.  Als alle grootkeukens moeten werken volgens de HACCP norm dan vervalt de marketingwaarde van het gebruikte instrument. De kwaliteit voldoet dan aan de wettelijk vastgestelde norm maar de cliënt wil toch graag meer.  De organisaties die de laatste jaren sterk innoverend bezig zijn geweest proberen zich te blijven onderscheiden door het behalen nieuwe telkens keurmerken zoals HKZ, het Zilveren en Gouden keurmerk en het Veiligvoedsel.nl keurmerk. 

Al deze inspanningen leveren deze organisaties de onderscheiding van de concurrentie op maar gaan ten koste van hoge kosten en piekdruk in de werklast van de medewerkers van deze organisaties.  Het kunnen behalen van rendement door het gebruik van het kwaliteitborgsysteem staat of valt echter met de inzet van de uitvoerende medewerkers.

De beoordeling van de te leveren kwaliteit die het beoogde keurmerk moet opleveren blijft vaak steken bij de beoordeling van de aanwezigheid van  de procedures binnen het kwaliteitborgsysteem.  Regelmatig laten uitvoeren van audits door externe deskundigen moeten aan het licht brengen of het kwaliteitborgsysteem organisatie breed wordt gehanteerd. Een klant tevredenheidmeting is een tool wat kan worden ingezet om te meten of de doelstellingen binnen het kwaliteit borgsysteem worden behaald.  Het inzetten van een kwaliteitborgsysteem heeft echter alleen nut als er kan worden gemeten ten opzichte van regionale of landelijke waarden. De mogelijkheid om te kunnen benchmarken blijft voor uw organisaties en voor de leveranciers van een kwaliteitborgsysteem dan ook van grote waarde. Deelname aan landelijk uitgevoerde onderzoeken kan veel inspanning vergen van uw organisatie, cliënten en medewerkers maar levert u als organisatie inzicht op over hoe uw organisatie presteert ten opzichte van uw concurrentie.

Keurmerken nuttig of nutteloos

Het is al weer een paar weekjes geleden en misschien heeft u zelfs het nieuws over de resultaten van het onderzoek naar de brand in  operatiekamer 8 in het Twenteborg ziekenhuis gemist. De inspecteur van de inspectie voor de gezondheidszorg werd uitgebreid aan het woord gelaten in het NOS journaal. En deze meneer had aan ons nogal wat te melden!!! Ten eerste meldde hij dat er niet zal worden overgegaan tot aangifte tegen individuele personen. Vervolgens melde hij dat er sprake was geweest van ernstige nalatigheid bij het uitgevoerde onderhoud waardoor een ernstig ongeval eigenlijk niet kon uitblijven. Ook werd er melding gedaan van het feit dat het onderhoudspersoneel onbevoegd was geweest voor het uitvoeren van onderhoud. Als klap op de vuurpijl melde deze meneer ook dat het onderhoud in de Twenteborg niet slechter uitgevoerd werd als in andere ziekenhuizen. En tot slot werd ook nog gemeld dat er geen veiligheidsnorm voor deze installaties was vastgelegd…  Schokkend nietwaar?

Er is immers wel een dodelijk slachtoffer te betreuren bij dit ongeval en voor de nabestaanden van het slachtoffer is deze gang van zaken hoogst onbevredigend. Ook voor de medewerkers die direct of indirect bij het ongeval aanwezig zijn geweest is er sprake van een zeer traumatische ervaring.  Maar hoe zit dat nu precies met die aansprakelijkheid? Is er nu echt niemand aansprakelijk voor de gang van zaken of is er hier sprake voor collectieve aansprakelijkheid.  Is het aanwezige onderhoudspersoneel nu echt zo slecht als hier wordt beweerd? Naar nu blijkt bestonden er bij de leverancier van de anesthesiezuilen geheime onderhoudsvoorschriften waarvan het Twenteborg ziekenhuis niet op de hoogte was.  En in hoeverre zijn de inspecterende instanties van de overheden nu mede aansprakelijk ? Er is bij deze installaties geen norm vastgesteld hoe het onderhoud dient te worden verricht en blijkbaar is er ook geen controle op de uitvoering van het onderhoud door inspecterende instanties uitgevoerd. Hetgeen wel begrijpelijk is want als organisatie krijg je immers zelf steeds meer verantwoordelijkheid vanuit de overheden opgelegd die je zelf goed moet indekken zonder dat hiervoor adequate richtlijnen beschikbaar zijn of waarbij richtlijnen elkaar zelfs tegenspreken.

Denk bijvoorbeeld maar aan de veranderde Arbo-wetgeving en de Arbo-catalogus. De oude, ook niet altijd realistische normstellingen zijn vaak al losgelaten en hiervoor in de plaats is de stelling gekomen dat je als organisatie zelf je eigen richtlijn moet gaan vaststellen en hanteren zodat je dienstverlening veilig kan worden uitgevoerd. Helaas blijkt dat organisaties hierdoor risico’s anders gaan inschatten, en daardoor wordt de bedrijfsvoering er niet veiliger of gemakkelijker op …

Dank u wel!!! De eerste digitale nieuwsbrief is door u met zeer veel enthousiasme ontvangen. Uw respons geeft ons weer de kick om u weer een aantal nieuwe actuele onderwerpen te presenteren. De mailnieuwsbrief wordt beperkt gehouden tot 1 pagina maar als u doorklikt naar onze website kan u zien dat onze uitgebreide nieuwsbrief inmiddels meerdere pagina’s groot is.

In deze nieuwsbrief gaan wij in op aspecten van veiligheid en brengen wij graag u de volgende onderwerpen onder de aandacht:

- Een ongeval is nooit leuk…

- Veiligheid, onderwerp van uw aandacht.

- Keurmerken nuttig of nutteloos.

- Aspecten van budgetteren bij ondernemerschap.

- En Verder….

Een ongeval met gevolgen….

 Een ongeval is nooit leuk…. Maar …, als  dit ongeval gebeurt binnen uw organisatie en waarbij zowel letsel bezorger als het slachtoffer een bewoner zijn? Bij een van mijn cliënten speelde zich kortgeleden het volgende ongeval af.  Mevrouw X. een nog kwieke oudere dame, was tijdelijk wat minder mobiel als gewend. Eerder in het jaar is bij mevrouw X. een nieuwe heup geplaatst. Vanwege aanblijvende klachten heeft de familie van mevrouw X daarom voor haar maar een elektrische scootmobiel aangeschaft. Mevrouw X was hiermee zeer in haar nopjes want ze kon weer door het huis rijden om mee te doen aan het aanbod van interne activiteiten. En na enkele weken was zelfs een ritje naar het nabijgelegen winkelcentrum weer makkelijk te doen. Een cursus om veilig met de scootmobiel om te gaan werd niet noodzakelijk geacht en de hele uitleg van de bediening van de scootmobiel was schriftelijk door de leverancier bij de aflevering meegeleverd. Het besturen van scootmobiel ging mevrouw X steeds gemakkelijker af en het zelfvertrouwen groeide met de dag. Het was alleen nogal moeilijk om de kleine liften van het zorgcomplex te gebruiken omdat er niet in de lift kon worden gekeerd. Vooruit erin, dan achteruit er weer uit dat was de gebruikte methode. Mevrouw X was met achteruit rijden wel voorzichtig. Ze kon niet goed achter zich kijken, Een van de medewerkers van de organisatie had mevrouw X de claxon aangewezen en haar gezegd daar maar op te drukken voor het achteruit rijden.  Het ging al een paar dagen goed en meer bewoners met een scootmobiel deden hetzelfde als mevrouw X. als ze de lift uit wilde rijden.  Mevrouw Y. had boodschappen gedaan en wilde de tas met zware boodschappen naar het bovengelegen appartement brengen. Op het moment dat mevrouw Y op de knop voor de liftbediening drukte zag ze dat de lift al omlaag kwam. Mevrouw Y. pakte haar boodschappentas op precies op het moment dat de liftdeuren opengingen. Mevrouw X. reed achteruit de lift uit en reed daarbij de voorovergebogen mevrouw Y. omver.  Mevrouw Y. had bij de boodschappen nieuwe batterijen voor haar gehoorapparaat gekocht want zonder gehoorapparaat kon ze de laatste tijd eigenlijk niet veel meer horen. Jammer dat die batterijen nog in de verpakking zaten, anders had mevrouw Y. misschien wel de claxon van de scootmobiel van mevrouw X. gehoord.. . Mevrouw Y. werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht en mocht na drie weken weer naar huis. Het ongeluk had ook ernstiger kunnen aflopen. Het ongeval is echter illustratief voor het toenemend aantal  ongevallen met scootmobielen waarbij ouderen zijn betrokken. Binnen deze organisatie zijn er naar aanleiding van dit ongeval maatregelen genomen om ouderen attent te maken op de gevaren die gepaard gaan met rijden met een scootmobiel in een beperkte ruimte.  Ook heeft de organisatie zelf met de eigen verzekeringsmaatschappij doorgenomen hoe dit nu precies geregeld is met de aansprakelijkheid. Immers binnen de locatie is er ook aansprakelijkheid van de zorgleverancier,  Niet alle verzekeringsmaatschappijen zullen schade dekken die op een particulier terrein ontstaat.  Het loont voor u als organisatie zeker de moeite om maatregelen te nemen voordat het te laat is. 

Veel gebouwen zijn nog niet in voldoende mate aangepast om de toenemende aantallen scootmobielen en andere hulpmiddelen zoals bv tilliften te kunnen bergen of parkeren. Wetgeving omtrent het stallen en opladen van accu’s van scootmobielen beperkt ook een aantal de mogelijkheden waar deze scootmobielen kunnen worden geparkeerd. Met de uitleg van de wetgeving gaan inspecterende instanties soms erg creatief om.  U kunt er zeker van zijn dat het in de meeste gevallen niet toegestaan is dat deze middelen in de gangen of galerijen worden geparkeerd. Brandveiligheid, en moeilijker ontruiming zijn meestal de argumenten die het eerst worden aangevoerd. Maar deze middelen kunnen ook voor mensen die slechtziend zijn hinderlijke obstakels vormen. 

Een ding is zeker: als u als organisatie niets regelt dan kan u nalatigheid verweten worden en kan u dit bij een ongeval ongewenst veel gaan kosten.

             Methodieken                          Renderen                                  Acceptatie                               Controle

Nieuwsbrief voor de Facilitaire Dienstverleners van Nederland

Als ondernemer ben je altijd verantwoordelijk voor de uitvoering van het eigen beleid rond het opstellen en uitvoeren van heldere regelgeving. Toetsing door de overheden volgt helaas meestal pas na een incident.

Mei 2008

Pagina 1

Als de zorgzwaarte van uw cliënten toeneemt ontstaat er een vraag naar nieuwe regels. Hoe om te gaan met deze hulpmiddelen en de verantwoorde omgang hiermee wordt vaak enorm onderschat. Door het aanwezige gebruiks-gemak wordt de eigen kunde soms overschat en kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. U bent als organisatie direct verantwoordelijk en ook aansprakelijk voor goede afspraken.

De ervaringsdeskundige bezig aan het werk.

Het vermijden en onderkennen van risico’s kan letterlijk van levensbelang zijn voor de deskundige. Als organisatie probeert u alle risico’s zo goed mogelijk in te dekken. Expertise van externe deskundigen kan u helpen om de risico’s nog beter in kaart te laten brengen en voorkomt mogelijk dat u erg veel tijd moet investeren in de wederopbouw van uw objecten.

Keurmerken zijn er in allerlei soorten en op vele gebieden. En al die keurmerken hebben logo’s. Dankzij de heren van Kooten en de Bie werd de mattenklopper van het Simplistisch Verbond een herkenningssymbool en door hun opmerkingen over het logo van het keurmerk van De Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen werd dit snels herkend. Tijdenlang is het logo van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen door de meeste consumenten uit Nederland synoniem geweest met goede kwaliteitsproducten op het gebied van huishoudelijke producten. Voordat u met uw organisatie energie gaat stoppen in het behalen van een keurmerk is het belangrijk om vooraf vast te stellen wat voor uw organisatie de strategische positie in de markt wordt na het behalen van dit keurmerk. Draagt het behalen van een bepaald keurmerk bij tot het behalen van de verandering naar de gewenste marktpositie?.